Huis van opsluiting en tuchtiging (4)
Met C-O-C-K

Monument voor Hendrik de Cock
Monument voor Hendrik de Cock op de Zuiderbegraafplaats in Groningen

 

Op 22 juni 1800 doopt de predikant van de hervormde kerk in Wildervank Geert Geerts Ebels. Het officiële doopcertificaat wordt een maand later ondertekend door de Schout van de gemeente Wildervank, Tjaarda de Cock. Een jaartje later krijgt deze schout zelf zijn vierde kind. Geboren in Veendam, zo’n vier kilometer van Wildervank: Hendrik is de naam, Hendrik de Cock.

Hoe verschillend verlopen de levens van beide jongens, die elkaar hoogstwaarschijnlijk ook nooit gekend hebben. Geert zal als dief sterven op 32-jarige leeftijd in de gevangenis in Leeuwarden. Terwijl Hendrik zo’n twee jaar daarna in 1834 als dominee de leiding neemt in Ulrum voor de afscheiding van de hervormde kerk; hieruit ontstaan uiteindelijk de gereformeerde kerken. Dit hele festijn ging overigens met redelijk wat tumult gepaard. Het hervormde geloof was de officiële staatsgodsdienst met koning Willem I aan het hoofd. Honderd militairen werden in Ulrum bij mensen thuis ingekwartierd om de rust te bewaren en De Cock moest net als Geert Ebels ook naar de gevangenis. Maar De Cock hoefde ‘slechts’ drie maanden voor ordeverstoring.

Verkwikt
De omstandigheden tijdens de gevangenschap van beide mannen waren niet te vergelijken. Hendrik de Cock werd opgesloten in het Spinhuis aan de Zoutstraat in Groningen. Hij huurt daar een redelijk comfortabele kamer die dient als cel. Tijdens zijn verblijf schrijft, bidt, leest en zingt hij wat. In een brief aan zijn vrouw: “Ik word tot dusver door Gods goedheid rijkelijk verkwikt.”
Het lijkt wel een kuuroord. Doet hem in ieder geval blijkbaar wel even goed, die rust.

Zweep
In het huis voor Opsluiting en Tuchtiging in Leeuwarden waar Geert zat, ging het er iets minder fijnzinnig aan toe. Dit oord had tenslotte niet voor niets ‘tuchtiging’ in de naam: gevangenen werden regelmatig afgeranseld met een zweep. Vaak probeerden de bewoners dan ook te vluchten om aan de martelingen te ontkomen.

Maar terug naar de aanloop van de gevangenneming van Geert. In 1827 is de vader van Hendrik geen schout meer, maar burgemeester van Wildervank. Op 1 oktober van dat jaar schrijft de 60-jarige burgervader Tjaarda de Cock een brief naar den Heer officier bij de Regtbank in Winschoten. Een deel daaruit:

Ik heb (…) in te zenden een aanklacht van Hendrik Rijkens Veldman, wonende in deze gemeente wegens ontvreemding van drie korven met bijen.
Deze korven bevonden zijnde ten huize van den koopman Nathan Abrahams Polak (…)
Ik voeg hierbij processen-verbaal van de door twee der zoons van gemelde Polak (…) waaruit blijkt, dat dezelve gekocht zijn van eenen Geert Geerts Ebels, welke zeer vermoedelijk zich aan de ontvreemding deze gemelde bijen heeft schuldig gemaakt (…)

T. de Cock

Dezelfde man die Geerts doopregister tekent als schout, tekent nu als burgemeester een brief aan de officier van justitie, waarin Geert beschuldigd wordt van het stelen van drie bijenkorven. Ook de processen verbaal van de aanklacht en de verhoren zijn van hand van De Cock. Door de taak die de burgemeester blijkbaar had lijkt het inmiddels wel een detective: De Cock met C-O-C-K.

Het eerste proces-verbaal gaat over de verklaring van Hendrik Rijkens Veldman, een 25-jarige boerenknecht, die aangifte doet op 28 september 1827 om tien uur ’s ochtends van 3 gestolen bijenkorven de avond ervoor uit de tuin van zijner meesters. De korven waren gemerkt met HR. De knecht had de korven zelf opgespoord bij het huis van de heer Polak, waar ze tussen andere korven in de kelder stonden. De koopman verklaarde dat de avond ervoor, tussen tien en elf uur – hij lag zelf al op bed – de korven waren gekocht door een van zijn zonen voor zeven gulden en tachtig cent.

Bij het tweede proces-verbaal worden diezelfde dag om negen uur ’s avonds de broers Isak (27) en Jacob (20) Polak door De Cock ondervraagd over hun rol. Beiden kooplieden, die nog bij hun vader wonen in Wildervank, verklaren dat de korven, die Veldman had herkend aan het merkteken HR, de avond ervoor rond half elf bij hun huis was gebracht door een persoon die hun had opgegeven genaamd te zijn Geert Hegges en wonende te Gieterveen. Een valse naam, zoals zou blijken.

Dan volgt er een signalement. Het begint een beetje raar, als een kleuter die in de zomer ‘met zonder mouwen’ naar school wil: Aangemelde persoon was gekleed met een zonder hoed. Dan iets waarbij ik de eerste woorden niet goed kan lezen en thuisbrengen:een jakkert van pij, het gaat om een jas in ieder geval, waarvan de ene mouw gescheurd was. Over zijn uiterlijk: zijnde middelmatig van postuur.
Blijkbaar vonden ze het moeilijk om hem verder te beschrijven. Maar ze geven aan dat ze hem dadelijk zouden herkennen, omdat ze hem goed kenden; hij was al vaker bij hen langs geweest.

Geert Heggens
Twee dagen later het derde pro justitia (proces verbaal). De twee broers worden voorgesteld aan Geert Heggens Hulshof, wonende te Bonnerveen. De echte Geert Heggens. Maar beide broers verklaren dat dit niet de man is die hen de bijenkorven verkocht heeft.

Gepakt
Maar dan gebeurt het. Nog diezelfde dag wordt Geert Geert Ebels opgepakt en kijkt hij in de ogen van Tjaarda de Cock. Hij is getoond aan de broers Isak en Jacob Polak en die hebben eenpariglijk geantwoord dat hun deze voorgestelde persoon zeer wel bekende was.

Het was er volgens de broers mee begonnen dat op een morgen hij bij hen thuis was geweest om eens te informeren naar de prijs van bijen en vervolgens met hen overeenkwam dat hij ze voor een bepaalde prijs zou leveren.
Van de handelaren had Geert Ebels bij die gelegenheid ook iets gekocht: voor een stuiver aan zwavelpleisters. Deze pleisters werden in bijzonder gebruikt om zweren te behandelen.

Levering
De eerste levering kwam een paar dagen daarna:op 24 september verkocht hij ze vier korven voor het bedrag van elf gulden vijfenzeventig. De dag erna nog eens vijf korven voor vijftien gulden en twintig cent. Deze keer was een ‘vrouwspersoon’ bij hem, die mager in het gezicht was. De andere keren was hij voor zover zij wisten alleen geweest. Als laatste heeft hij de de broers de drie korven met initialen HR verkocht.

De broers verklaren ook nog dat hij de naam Geert Hegges heeft opgegeven, en dat hij daarom ook zo bij hen te boek stond. Ze kwamen er ook achter dat het niet de eerste keer was. Van de inkoop van bijen hielden ze namelijk specifieke aantekeningen bij. Het bleek dat hij onder dezelfde naam in september het jaar er voor ook al bijen aan hen verkocht had: drie korven voor veertien gulden en zeventien cent.

In de begeleidende brief geeft De Cock aan, dat hij zal onderzoeken of er meer bijenkorven in de omgeving ontvreemd zijn waar nog geen aangifte van is gedaan.

Het proces verbaal wordt hardop voorgelezen en ondertekend door de beide broers Polak. Geert Geerts Ebels weigert te tekenen.

Bronnen:

De verhalen van Groningen.(informatie over Hendrik de Cock)
Deel stamboom De Cock
Lijst burgemeesters Wildervank
Misdaad in Drenthe, Hans Seidel (informatie over gevangenis leeuwarden)

 

Terug naar overzicht>> of ga naar: Deel 5: Polak