Kerkrentmeester Gerard beoordeelt vandaag met aannemer Jack de kleur van de mortel die straks een deel van de oude pleisterlaag in de Bartholomeüskerk in Stedum vervangt. De geboren en getogen Stedumer komt uit een geslacht van kerkvoogden (kerkrentmeesters): zijn grootvader, vader en broer zijn het alle drie geweest. De kosten voor het onderhoud zo’n enorme kerk kunnen behoorlijk oplopen. Niet iets wat de 260 kerkleden van de Hervormde gemeente Stedum-Lellens-Wittewierum-Ten Post even ophoesten.

“Tussen 1937-1939 is de kerk grondig gerestaureerd. Mijn grootvader heeft dat als kerkvoogd nog meegemaakt. Het gebouw stond er toen haveloos bij, het dak lag er ongeveer af; als je de foto’s van vroeger ziet… Het was een van de eerste kerken die zo grondig gerestaureerd werd.
Door de jaren heen zijn wel dingen gedaan als de goten vervangen en is de toren al paar keer opnieuw ingevoegd. Maar dat viel nog mee. Maar hoe verder je van de restauratie af komt, des te meer onderhoud krijg je. Nu moeten bijvoorbeeld alle panlatten opnieuw vastgezet worden, want de spijkers zijn doorgeroest. Ook de arkenelen (dakkapellen) hebben groot onderhoud nodig. Binnen zijn we bezig om het pleisterwerk te vervangen waar nodig. En dan komt ook nog de aardbevingsschade bij, maar dat is weer een ander verhaal.

Zo’n twee jaar geleden hebben berekend dat we zo’n twee ton kwijt waren in de zes jaar die volgden. Erg veel geld dus. Nog los van wat er allemaal moet gebeuren, alles is ook duurder geworden, ook door veiligheidsvoorschriften. Als er vroeger een pan scheef lag, gingen ze door een luik in het dak, maakten een ladder vast en legden die pan recht. Nu moet er een hoogwerker aan te pas komen.
Vijfenvijftig procent wordt vergoed door de overheid, de rest – een kleine ton – moeten we zelf ophoesten. Nou dat is veel te veel.
Vroeger had de kerk veel meer bezittingen, land. En daarmee meer inkomsten. Daar is bijna niks van over: verkocht aan de toenmalige gemeente Stedum voor hun uitbreidingsplannen. Dat geld werd op een spaarrekening gezet, maar de opbrengsten daarvan worden ook steeds minder.

Wij willen nu een stichting oprichten om het cultureel erfgoed in Stedum te behouden, dus om geld in te zamelen voor het onderhoud. Het lukt ons als kerkrentmeesters van de Hervormde gemeente niet om allemaal acties te organiseren. Daarbij kunnen we bij diverse fondsen geen subsidie aanvragen omdat een kerkgenootschap zichzelf moet bedruipen. Een aparte stichting kan dat wel.
Er is natuurlijk al wel de stichting Groninger kerken, maar als je je daarbij wilt aansluiten moet je eerst berekenen hoeveel je aan onderhoud de komende tien jaar kwijt bent en dat moet je als bruidschat meegeven. Dat kunnen wij niet betalen. Dus vandaar een eigen stichting.
De nieuwe stichting moet dus de komende vier jaar nog vrij veel geld binnen zien te halen. Mocht het nu niet lukken, schuiven we het onderhoud voor ons uit. Maar je probeert het verval natuurlijk voor te zijn.

Terug>>