Het huis van Opsluiting en Tuchtiging (11)
Beëdigde verklaringen

In december moesten alle getuigen één voor één voor Joan Walraven – nu in de hoedanigheid als Regter ter Instructie – verschijnen om een beëdigde verklaring af te leggen. In deze verklaringen staan meer details. De eerste die op 8 december 1827 langskwam was Hendrik Veldman. Van hem waren drie korven gestolen uit de tuin van zijn meester Roelf Baas. 

’s Nachts had Hendrik wel voetstappen gehoord. De dader of daders (dat kon hij aan de voetstappen niet horen) waren niet door het hekje de tuin in gekomen, maar vanaf de weg door een droogstaande sloot.

Toen hij de diefstal ontdekte, ging hij nog die ochtend naar veldwachter Feike Sluis. Onderweg kwam hij Nathan Polak tegen die hij vroeg of hij nog bijenkorven te koop had, waarbij hij er aan toevoegde dat er drie van hem gestolen waren. Polak had daarop niet direct geantwoord, maar vroeg meteen of Veldman nog korven te koop had, net zoals de vijf korven met dode bijen die hij destijds van hem gekocht had.

Kelder
Blijkbaar vond Veldman het niet nodig om er op door te gaan, maar ging vervolgens wel meteen met de veldwachter naar het huis van Polak, want de koopman handelde nu eenmaal in bijen.
Nathan Polak was niet thuis, zijn beide zoons wel. Ze vertelden onmiddellijk dat zij de vorige avond drie korven gekocht hadden en ze namen de beide bezoekers mee de schuur in. Daar stonden wel bijenkorven maar niet die ze zochten. Vervolgens namen beide broers ze mee naar de kelder in het huis. Bij het lamplicht herkende Veldman meteen zijn korven, waarop de beide broers ook bevestigden dat het de korven waren die de avond ervoor geleverd waren.
Veldman geeft in zijn verklaring aan dat hij geen grond heeft om de koopman Polak of zijn beide zoons er van te verdenken dat ze er van geweten hebben dat de korven gestolen waren.

Drie mannen
Op dezelfde dag zegt ook schoenmaker Harm Daggers dat hij de gehele waarheid en ook niets dan de waarheid gaat zeggen. Hij is een van de drie mannen die tegelijkertijd bij Burgemeester De Cock aangifte kwamen doen van diefstal. Warner Huizing, bij wie de korven in de tuin stonden, had hem namelijk verteld dat er nog twee mensen waren die gedupeerd waren, en dat ze het beste eens bij Polak een kijkje konden nemen. Harm zoekt de twee andere gedupeerden op, die net als hij in Hoogezand wonen, en gedrieën gaan ze dus naar Wildervank. Waar ze bij Polak hun korven herkennen.

Overigens blijkt uit de verklaringen van de drie dat niet de burgemeester zelf, maar zijn secretaris samen met de veldwachter mee is geweest naar het huis van Polak.
Ook de veldwachter legt op diezelfde zaterdag 8 december een nog beëdigde verklaring af.


De prijsvraag

Vorige keer heb ik hulp gevraagd bij het ontcijferen van het handschrift van het verhoor van Geert Geerts Ebels. Mijn zus Lies Staal heeft een zeer plausibele ‘vertaling’ gevonden: de langste onduidelijke zin luidt nu: zijn broeder Roelf Geerts Ebels had hem in dienst voor den boer genomen. Vooral met de voorgaande zinnen logisch, het is een verklaring waarom de naam van de schipper hem niet te binnen schoot: zijn broer had dit baantje voor hem geregeld.
Lies, veel eer en glorie en eeuwige roem.

Ook eeuwige roem en veel eer en glorie voor Ivar van Bekkum, die van ‘vast’, voorts wist te maken.

Alleen de naam van de boer is een beetje onduidelijk. Lies vermoed dat het Jan Lende is. Lijkt ook zo. Probleem is dat ik die niet tegenkom in de het archief op Alle Groningers, Friezen en Drenten. Hij kan natuurlijk geboren en dood zijn gegaan in een ander deel van het land. Voor het verhaal maakt het verder niet zoveel uit.

Terug>>